Waarom voelt 20 graden binnen kouder aan dan 20 graden buiten

Waarom voelt 20 graden binnen kouder aan dan 20 graden buiten

Twintig graden buiten voelt aangenaam, twintig graden binnen voelt kil. Dat komt doordat je huid geen temperatuur meet, maar warmteverlies. Binnen verlies je warmte via koude muren en ramen die onzichtbaar straling van je lichaam opnemen, terwijl je buiten warmte terugkrijgt van de zon en van de warme grond om je heen. De thermometer geeft hetzelfde getal, maar je lichaam maakt een heel andere rekensom.

De vier manieren waarop je warmte verliest

Je lichaam raakt warmte kwijt via geleiding, stroming, straling en verdamping. Alleen de laatste twee verschillen sterk tussen binnen en buiten, en juist die maken het verschil in beleving.

Stralingswarmte: de onzichtbare factor

Ieder oppervlak straalt warmte uit of neemt warmte op. Zit je binnen bij een raam van tien graden, dan straalt jouw huid van 33 graden warmte naar dat glas toe. Je voelt geen tocht, maar je koelt wel af. Datzelfde geldt voor een slecht geïsoleerde buitenmuur of een koude vloer.

Buiten in de zon werkt het andersom. Zelfs bij twintig graden lucht kan de zon je huid met honderden watts per vierkante meter opwarmen. Ook een stenen terras dat de hele dag zon heeft gehad straalt warmte terug. Vandaar dat twintig graden in de zon prima voelt en twintig graden in de schaduw met wind ineens fris is.

Luchtvochtigheid en luchtbeweging

Binnen ligt de luchtvochtigheid in de winter vaak rond de dertig procent, buiten in het voor- en najaar eerder rond de zeventig. In droge lucht verdampt het vocht op je huid sneller, en verdamping kost warmte. Daarom voelt droge binnenlucht koeler aan bij dezelfde temperatuur.

Daar komt bij dat een centrale verwarming lucht in beweging brengt. Die lichte luchtstroom over je huid koelt, ook al meet je thermostaat gewoon twintig graden.

Waarom je binnen ook minder beweegt

Er speelt ook iets simpels mee. Buiten loop, fiets of tuinier je meestal, en je spieren produceren dan twee tot vijf keer zoveel warmte als wanneer je op de bank zit. Zittend op een stoel op temperatuur blijven bij twintig graden vraagt gewoon meer van je lichaam.

Bovendien draag je buiten andere kleding. Een jas en schoenen isoleren fors meer dan een trui en sokken.

Wat je eraan kunt doen

Wil je binnen prettig zitten zonder de thermostaat hoger te zetten, richt je dan op de koude oppervlakken. Isolerende gordijnen of een folie achter de radiator verhogen de gemiddelde stralingstemperatuur van de kamer. Ook een vloerkleed op een koude vloer scheelt merkbaar, net als een plek uitkiezen die niet direct naast het raam ligt.

Verder helpt het om de luchtvochtigheid rond de veertig tot vijftig procent te houden en tocht langs deuren en kozijnen af te dichten. In veel woningen levert dat hetzelfde comfort op bij een graad lager op de thermostaat, wat op jaarbasis zo'n zes procent op je stookkosten scheelt.

Kortom: je huid reageert niet op het cijfer op de thermostaat maar op alles eromheen. Koude ramen en droge, bewegende lucht maken twintig graden binnen kil, terwijl zon en vocht buiten precies het omgekeerde doen.