Het klopt wat je voelt: rond eind september verliezen we in Nederland elke dag bijna 4 minuten daglicht, terwijl dat rond de kortste dag in december nog geen halve minuut per dag is. De oorzaak zit in de schuine stand van de aardas en de manier waarop de zon daardoor over de hemel beweegt. Bij de equinox, dit jaar op 22 september 2026, verandert de positie van de zon het snelst; bij de zonnewende op 21 december staat die verandering vrijwel stil. Daarom lijkt het in september alsof de avond ineens wegvalt, terwijl december wekenlang even donker blijft.
Hoe de aardas het tempo bepaalt
De aarde staat ongeveer 23,5 graden scheef ten opzichte van haar baan om de zon. Daardoor staat de zon in de zomer hoog boven ons halfrond en in de winter laag. Die verschuiving van hoog naar laag verloopt niet gelijkmatig, maar volgt een golfbeweging, vergelijkbaar met een schommel. Bovenaan de schommel, op het hoogste en laagste punt, hangt de zon als het ware even stil. Dat zijn de zonnewendes in juni en december. In het midden van de slinger, bij de equinoxen in maart en september, is de snelheid het grootst. En omdat de daglengte direct afhangt van hoe hoog de zon komt, verandert die daglengte dus ook het snelst rond 22 september.
De cijfers voor Nederland
Op de breedtegraad van Utrecht ziet het er ongeveer zo uit. Op 22 september duurt de dag ruim 12 uur en 10 minuten. Een maand later, op 22 oktober, is dat nog ongeveer 10 uur en 20 minuten: bijna twee uur minder in dertig dagen, dus gemiddeld 3 minuten en 40 seconden per dag. Rond 21 december staat de teller op zo'n 7 uur en 45 minuten, maar in de week ervoor en erna verandert de daglengte maar met enkele seconden per dag. Tussen 10 en 30 december scheelt het in totaal nog geen 5 minuten. Vergelijk dat met de laatste week van september, waarin je in één week meer dan 25 minuten kwijtraakt.
Waarom het in september nog harder opvalt
Het verlies verdeelt zich bovendien niet netjes over ochtend en avond. Door een klein effect dat de tijdsvereffening heet, een gevolg van de licht elliptische baan van de aarde, komt de zonsondergang in september en oktober elke dag ruim 2 minuten eerder, terwijl de zonsopkomst iets minder snel opschuift. Wie na het werk nog buiten wil zijn, merkt het daarom dubbel: de avond wordt sneller korter dan de rekensom van de daglengte alleen al zou zeggen. Eind oktober komt daar de overgang naar de wintertijd bij, en dan is de avondklap compleet.
Wat je hieraan hebt
Wie weet dat het tempo rond de equinox het hoogst ligt, kan daar rekening mee houden. Plan buitenklussen, fietstochten na werktijd of fotografie bij avondlicht bij voorkeur in de eerste helft van september, want half oktober is een uur avondlicht al verdwenen. Omgekeerd geldt: na 21 december komt het licht in januari nog traag terug, maar vanaf half februari gaat het weer met ruim 3 minuten per dag de goede kant op. De lente voelt daardoor plotseling dichtbij, precies om dezelfde reden als waarom de herfst nu zo snel invalt.
Hetzelfde verschijnsel, andere plekken
Hoe verder je van de evenaar woont, hoe groter het verschil. In Noord-Noorwegen verliest men rond de equinox wel 6 tot 7 minuten per dag; op de evenaar duurt de dag het hele jaar door ongeveer 12 uur en merk je van dit alles niets. Nederland zit met bijna 4 minuten per dag ergens in de middenmoot, genoeg om elk jaar opnieuw de indruk te wekken dat de zomer in september ineens is opgehouden.