Wat is het verschil tussen eb en vloed en hoe ontstaat het

Wat is het verschil tussen eb en vloed en hoe ontstaat het

Wat is het verschil tussen eb en vloed en hoe ontstaat het

Wie aan zee komt, ziet al snel dat het waterpeil voortdurend verandert. Soms trekt het water ver terug en ligt het strand breed open, op andere momenten staat het water juist hoog tegen de duinen of dijken. Dit noemen we eb en vloed. Het is niet alleen een mooi natuurverschijnsel, maar heeft ook invloed op veiligheid, scheepvaart, natuur en recreatie. Begrijpen hoe eb en vloed werken, helpt je om het gedrag van de zee beter te kunnen inschatten.

Wat is eb precies

Eb is de periode waarin het water langs de kust daalt en zich als het ware terugtrekt richting de open zee. Het waterpeil wordt steeds lager totdat het zogenaamde laagwater is bereikt. Op het strand merk je dit doordat er meer zand droogvalt en zandbanken en geulen zichtbaar worden. Voor wadlopers en strandwandelaars is kennis van eb belangrijk om te weten waar en wanneer je veilig kunt lopen. Ook voor kleine jachthavens speelt eb een rol, omdat sommige plekken bij laagwater moeilijk of helemaal niet meer bereikbaar zijn voor boten.

Wat is vloed precies

Vloed is het tegenovergestelde van eb. Tijdens vloed stijgt het waterpeil weer richting de kust en bereikt het op een gegeven moment hoogwater. Je ziet dan dat het strand smaller wordt en golven verder het land op komen. Voor zwemmers en watersporters is het handig om te weten wanneer het vloed wordt, omdat stromingen dan vaak sterker zijn. Ook voor de scheepvaart is vloed gunstig, omdat er meer water onder de kiel staat en ondiepe vaargeulen beter toegankelijk zijn.

Hoe ontstaat eb en vloed

Eb en vloed ontstaan vooral door de aantrekkingskracht van de maan op het water op aarde. Water beweegt gemakkelijk en vormt als reactie op die aantrekkingskracht een soort bult in de richting van de maan. Aan de andere kant van de aarde ontstaat door het draaiende systeem nog een tweede bult. Terwijl de aarde draait, bewegen deze waterbulten als het ware langs de kusten. Op de plaatsen waar een bult langs komt, is het hoogwater, en tussen die bulten in is het laagwater. Zo ontstaan de afwisselende periodes van eb en vloed.

De rol van de zon en de stand van de maan

Naast de maan speelt ook de zon een rol in de hoogte van eb en vloed. Als de zon en de maan ongeveer op één lijn met de aarde staan, werken hun aantrekkingskrachten samen en zijn de verschillen tussen eb en vloed groter. Dit merk je aan extra hoge hoogwaters en extra lage laagwaters. Staan de zon en de maan juist meer haaks op elkaar, dan heffen hun krachten elkaar deels op en zijn de getijdenverschillen kleiner. Hierdoor kan het zijn dat je de ene periode bijzonder hoge vloedstanden ziet en in een andere periode juist relatief rustige getijden.

Invloed van kustvorm, wind en luchtdruk

De vorm van de kust, de diepte van de zee en zelfs het weer beïnvloeden hoe eb en vloed zich precies gedragen. In ondiepe zeeën en smalle zeearmen kan het water zich opstapelen, waardoor het bij vloed extra hoog kan worden. Sterke aanlandige wind kan het water tegen de kust opduwen en in combinatie met springtij tot zeer hoge waterstanden leiden. Een lage luchtdruk zorgt er bovendien voor dat het zeewater wat extra kan stijgen. In andere gebieden, zoals brede oceanische kusten, merk je het getij meer als een rustige, gelijkmatige beweging van het water zonder extreme pieken.